Energie in verandering: vol erin staan of opgebrand doorgaan?

Het verschil tussen gedreven blijven en opgebrand doorgaan zit dieper dan hoe hard je werkt.


Soms geeft een traject je energie, ook als het schuurt. Soms trekt het je juist leeg, zonder dat je precies weet waarom. Dat verschil zegt weinig over hoe sterk je bent, en veel over wat er speelt. Er is een wezenlijk verschil tussen energie die het werk nu eenmaal vraagt, zoals de scherpte van een lastig gesprek of de spanning van een besluit dat ertoe doet, en energie die weglekt aan iets dat niet wordt gezegd, een rol die niet klopt, of een tempo dat niet aansluit. Dat verschil leren lezen is vakwerk.


Energie is een signaal, geen brandstof

We denken over energie vaak als iets wat je hebt of niet hebt. Iets wat je tankt in het weekend en verbruikt in de week. Maar in verandering is energie meer dan dat. Het is een signaal.


Als je merkt dat je leegloopt, is de belangrijkste vraag wat dat zegt over wat er speelt. Is de opdracht te groot voor de beschikbare mensen en tijd? Is er iets onbesproken dat steeds energie wegzuigt? Past de verandering bij wat de organisatie op dit moment aankan?


Uitputting vertelt iets over de verhouding tussen wat er wordt gevraagd en wat mogelijk is. Door dat te negeren en toch door te gaan, schuift het probleem door naar later, tot het zich aandient als iets groters: een burn-out, een team dat vastloopt, of een vertrek dat niemand had zien aankomen.

Wat energie kost

Drie dingen komen in verandertrajecten steeds terug als grootste energielekken.


Het eerste is onduidelijkheid over de opdracht. Niet weten wat er precies van je wordt verwacht, wie waarvoor verantwoordelijk is, of de opdrachtgever en jij hetzelfde voor ogen hebben. Dat soort ruis vreet energie, elke dag opnieuw, zonder dat er iets mee wordt opgelost.


Het tweede is het gevoel dat je alleen staat. Verandering is eigenlijk nooit het werk van één persoon, maar wordt in de praktijk vaak zo belegd. De veranderaar die de kar trekt, terwijl de rest van de organisatie gewoon doorgaat. Dat is niet vol te houden.


Het derde is het ontbreken van beweging. Als interventies steeds vastlopen, als gesprekken telkens op dezelfde plek eindigen, als je het gevoel hebt dat je water naar de zee draagt, houdt dat op een gegeven moment op. Een mens heeft nu eenmaal beweging nodig om gaande te blijven.

Wat energie geeft

Gedreven blijven in een verandering die moeilijk is, heeft bijna altijd dezelfde bronnen.


De eerste is betekenis. Niet de missie op de muur, maar het antwoord op de vraag waarom dit ertoe doet. Voor wie dit verschil maakt. Wie dat helder voor ogen houdt, houdt langer vol dan iemand die alleen bezig is met de uitvoering.


De tweede is contact. Het gevoel dat je gezien wordt in je rol, niet beoordeeld maar herkend. Een gesprek met de opdrachtgever waarin het niet alleen over de voortgang gaat maar ook over hoe het gaat. Een team dat met je meedenkt in plaats van op je wacht.


De derde is zichtbare beweging, hoe klein ook. Een gesprek dat iets opende. Een besluit dat eindelijk werd genomen. Een collega die iets anders deed dan de week ervoor. Kleine tekenen dat het ergens heen beweegt, zijn soms genoeg om door te gaan.

Doe ik dit omdat het klopt, of omdat ik niet weet hoe ik moet stoppen?

De scheidslijn tussen vol erin staan en opgebrand doorgaan is dunner dan die lijkt. Beide zien er van buitenaf hetzelfde uit. Iemand die hard werkt, aanwezig is, de stappen zet.


Maar van binnen is het verschil groot. Wie gedreven is, put energie uit het werk zelf. Wie opgebrand doorgaat, put energie uit de angst om te stoppen, uit het gevoel dat alles op hem neerkomt, uit de overtuiging dat er geen alternatief is.


De vraag die helpt om het onderscheid te maken is simpel, maar vraagt moed om eerlijk te beantwoorden: doe ik dit omdat het klopt, of omdat ik niet weet hoe ik moet stoppen?

Benoem wat je ziet, als onderzoek

“Ik merk dat ik de laatste weken meer energie kwijt ben aan dit traject dan het me geeft. Wat zegt dat over waar we staan?” Die vraag hardop stellen, aan jezelf, aan de opdrachtgever, aan het team, opent bijna altijd iets.


Het is geen teken van zwakte om dit te benoemen. Het is blijven kijken naar wat er werkelijk speelt, ook als het ongemakkelijk is.

Vertraag op het moment dat je wilt versnellen

Wanneer een verandering dreigt vast te lopen, is de reflex harder duwen, meer initiatieven, extra overleg. Terwijl wat het systeem op dat moment nodig heeft, vaak het tegenovergestelde is: ruimte, stilstand, het gesprek dat al te lang is uitgesteld. Dat gesprek voeren kan soms voelen als vertraging. maar eigenlijk is het slimmer werken.


Energie is geen vanzelfsprekend gegeven in verandering. Het vraagt aandacht, onderhoud en af en toe de moed om eerlijk te zijn over wat er werkelijk aan de hand is. Dat is vakmanschap.


Lees ook: hoe spanning precies hetzelfde patroon volgt, niet het probleem, maar het signaal, en waarom de dip er sowieso bijhoort als je merkt dat je energie kwijtraakt.


In de masterclass Duurzaam Veranderen werken we aan precies dit: vol erin staan zonder op te branden. Wil je liever eerst zelf verder lezen? Blijven Kijken is het boek dat met je meegaat door de hele boog van een verandering, van start tot afronding.

Wil je reageren, doorpraten of iets voorleggen?
Stuur ons een bericht, we denken graag mee.