Voor veranderaars en leidinggevenden die werken in de fase waarin het oude nog niet weg is en het nieuwe nog niet staat.
Je bent onderweg. Dat weet je. Maar waar je precies bent, is moeilijker te zeggen.
Het oude werkt niet meer zoals het deed. Het nieuwe is er nog niet, of nog niet stevig genoeg om op te staan. Mensen doen mee, maar halfslachtig. Of ze gaan mee in woorden en niet in gedrag. Of ze zeggen niets meer, wat op zichzelf al iets zegt.
Dit is niet het begin van een verandering, en ook niet het einde. Het is het midden. In veranderkunde wordt deze fase vaak het ondertussen genoemd.
Niet als probleem. Als beschrijving van wat er is.
Veranderen gaat niet in sprongen
Het verhaal dat veel organisaties vertellen over verandering, is er een van momenten: het besluit, de lancering, de implementatie, de borging. Alsof verandering een reis is met herkenbare stations.
Maar wie er middenin staat weet dat het anders gaat. Verandering voltrekt zich niet op die momenten. Het gebeurt in de dagen ertussen. In de vergadering waar iemand terugvalt in de oude manier van werken. In het gesprek dat niet gevoerd wordt. In de stilte als je vraagt hoe het gaat met de nieuwe werkwijze.
De X-curve maakt zichtbaar wat dan speelt: afbouw en opbouw lopen gelijktijdig. Het oude wordt losgelaten terwijl het nieuwe wordt opgebouwd. En precies in dat kruispunt is de spanning het grootst. Niet omdat mensen dwarsliggen, maar omdat het systeem twee werkelijkheden tegelijk draagt.
Terugvallen is geen weerstand
Als een team terugvalt in oude patronen, wordt dat snel geduid als weerstand. Als iemand die niet wil.
Maar terugvallen vertelt iets anders. Het zegt dat het nieuwe nog niet genoeg bedding heeft. Dat de veiligheid om anders te werken er nog niet echt is. Dat verlies nog niet erkend is. Dat het tempo hoger ligt dan wat mensen kunnen bijhouden.
Terugval is geen sabotage. Het is wat systemen doen als het nieuwe nog niet verankerd is. Wie dat begrijpt, hoeft terugval niet te corrigeren. Die kan er nieuwsgierig op zijn: wat vertelt dit ons over wat er nog nodig is?
In het ondertussen stuur je niet naar een eindpunt. Je houdt richting.
Leiderschap in het ondertussen vraagt minder van sturen naar een eindpunt, en meer van richting houden terwijl het schuurt.
Dat betekent concreet: benoemen dat het spannend is, ook als je zelf niet weet hoe het afloopt. Duidelijk zijn over wat je loslaat, ook als dat ongemakkelijk is. Ruimte laten voor experimenten zonder meteen resultaat te eisen. En het verdragen van de onzekerheid zonder die te vullen met meer structuur.
Verandering beklijft niet doordat je het oude wegduwt. Ze beklijft doordat het nieuwe veilig genoeg wordt om te blijven.
De spanning in het ondertussen is geen vertraging. Het is de verandering.
De gesprekken die in het ondertussen worden gevoerd, de patronen die zichtbaar worden, de spanningen die op tafel komen, dat is geen vertraging. Dat is de verandering.
Je hoeft het ondertussen niet op te lossen. Alleen te zien, te dragen en te begeleiden.
Wil je hier verder over doordenken? In onze masterclass Duurzaam Veranderen werken we drie dagen lang aan precies dit soort vraagstukken, aan de hand van je eigen casuïstiek.